Passie voor PK’s GTO heeft een passie voor PK’s. De exclusieve auto’s worden geïllustreerd met prachtige beelden van de beste fotografen. GTO test de meest opwindende supercars op de mooiste locaties, begeleid met een passende lifestyle.
De zilvergrijze Porsche 911-testauto in deze editie zal me nog lang heugen, hoewel de rit die ik ermee maakte maar kort was. Toch was die lang genoeg om te merken hoe ontzettend goed deze auto is. Iedereen kan ermee rijden, iedereen kan er hard mee rijden en hij geeft iedereen meteen veel vertrouwen. Vergis je echter niet: deze auto is niet alleen heel toegankelijk, hij is ook alle concurrenten de baas. Wij vinden hem zo goed dat we hem voor deze GTO durfden toe te laten in de arena van het hoogst haalbare, die van de supercar. De nieuwe 911 mag zijn tanden zetten in een McLaren 570S Spider. Meer vermogen, duurder, maar ooit zal het toch wel ophouden met die 911 en zal hij toch zijn meerdere moeten erkennen…
GOUD, ZILVER EN DIAMANTEN FORD • De Britse juwelier Russell Lord komt met een even bijzonder als prijzig schaalmodel van een auto op de proppen. In het 1:25-model is voor niet minder dan € 90.000 aan edele materialen verwerkt, een bedrag dat Lord bij elkaar harkte door het kunststukje op te bouwen uit goud, zilver en diamanten. Een paar hoogtepunten: de grille is van 18 karaat witgoud, de koplampen bestaan uit 72 diamanten, de knipperlichten zijn van oranje saffier en als remlichten zijn robijnen gebruikt. Het meest bijzondere is misschien nog wel dat de Brit niet een exclusieve Ferrari of Porsche als blauwdruk gebruikte, maar de Ford Escort Mk2 waarmee rallycoureur Ari Vatanen eind jaren 70 furore maakte. Dit unieke miniatuur, waar Lord zeker 1.300 uur aan heeft gewerkt, wordt…
Het bekijks dat we oogsten, benadert het niveau van dat van een net gelande UFO. Je kunt een nieuwe Ferrari voorrijden, maar die trekt minder de aandacht dan dit. De factor van het onbekende speelt vermoedelijk een grote rol. Iedereen herkent natuurlijk een supercar. De vervolgvraag is echter in negentig procent van de gevallen dezelfde: “Wat is dat voor een auto?” Dit, beste toeschouwers, is nu een McLaren. Het is de 570S, praktisch de instapper van het merk. “Kickûh auto, meneer, is-ie van u? Hoe hard ken-ie?”, wil een jongen op een scooter van me weten. Krap 330 km/h. Het open dak zorgt voor extra kudo’s. Bij tankstations verzamelen stelletjes en volwassenen zich om de auto en maken foto’s. Bij de supermarkt is het de lokale hangjeugd die binnen vier…
Een anekdote uit de ontwikkelingstijd van de LM002 maakt meteen duidelijk met wat voor waanzinnig apparaat we vandaag van doen hebben. Lamborghini’s legendarische testrijder Valentino Balboni kan zich de eerste testritten met het prototype nog goed herinneren. Het bakbeest dat halverwege de jaren 80 over de Italiaanse snelwegen vloog, oogde als de auto van een schurk uit een stripboek en in de achteruitkijkspiegel leek hij veel overeenkomsten te hebben met een pantservoertuig. Dat was een garantie voor vrije doorgang. “Als mensen ons zagen aankomen, vlogen ze van schrik meteen naar rechts”, zo vertelt Balboni lachend. In de jaren 80 was de rolverdeling in autoland nog duidelijk: sportwagens waren laag, een hoge auto was een bestelwagen. Groot, snel én hoog bestond indertijd nog niet. Dit soort gedachten spookt door mijn hoofd…
Sinds 1983 werkt August Achleitner bij Porsche, waar hij de afgelopen 18 jaar leiding heeft gegeven aan de ontwikkeling van de modelreeks 911. ‘Schatbewaarder’ noemen mensen hem respectvol, omdat hij het voor elkaar heeft gekregen om de sportwagenlegende behoedzaam door te ontwikkelen. Zodoende groeide der Gustl op een gegeven moment zelf uit tot een legende. En nu is het voor hem tijd om zijn spullen te pakken. “Nog zes dagen, en morgen zijn het er nog vijf”, zegt de ‘Oostenrijker’ droogjes. Hij moet de laatste dingen nog inpakken, en vliegt ook nog een keer heen en weer naar Finland om daar een dagje deel te nemen aan een winterrijtest. Het is een luxe om op 63-jarige leeftijd met pensioen te gaan, maar toch niet als je zo’n geweldige baan hebt?…
De parkeerplaats achter het forse fabrieksgebouw is nog leeg. Donkere wolken hangen boven het non-descripte bedrijventerrein in Saarwellingen, zo’n 30 kilometer ten noordwesten van Saarbrücken, bij de Frans-Duitse grens. Dit is het hoofdkwartier van Isdera, een bedrijf dat van oudsher opereert als dienstverlener voor de Duitse auto-industrie. Het is nadrukkelijk géén autofabrikant, maar de bekendste producten van het merk zijn toch wel degelijk auto’s. En de beroemdste daarvan komt ineens met een snerpende V8-brul om de hoek van de fabriek gezeild. Het is de Commendatore 112i, een heuse supercar uit de jaren 90. Daarachter verschijnt, fluisterstil, het nieuwste model dat de naam Isdera draagt: de Commendatore GT. Een herinterpretatie van zijn roemruchte voorganger, maar in alles datgene wat die auto níet was. MAGNUM OPUS Kort gezegd was de Commendatore 112i…