Wat een gekrioel. Ik zie een spermacel onder het kijkglaasje van de microscoop met zijn kleine kop en lange zwiepstaart op topsnelheid voorbijschieten. Ik kan hem maar net bijhouden. Met een luid hoorbare klik op de celteller registreer ik ’m: snelle zwemmer. Daar komen er nog drie. Klik, klik, klik. Een langzame zwemmer ploetert ook voorbij, die ik met een andere knop op de teller aansla. Klik. En er liggen nog wat luie zaadcellen, waarvoor ik weer andere knoppen indruk. Klik, klik. Net als ik dit vakje wil afronden, schiet er nóg een sprinter voorbij. ‘Tel ik die ook mee?’, vraag ik aan Marieke van Kessel. Zij is verantwoordelijk voor de zogeheten semenanalyse hier in het Amsterdam UMC. ‘Nee, dan blijf je bezig’, zegt ze. ‘Als je te lang bij…