‘Jij risee van de hele wereld én de onderwereld, Gods achterlijke loopjoch, kleinzoon van de baarlijke duivel en jeuk aan onze eikel. Varkenskop, paardenreet, schurftige hond, heidenvod, geneukt zij je moeder!’
U denkt wellicht: vast een fragment uit het woordelijk verslag van een plenaire vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Maar nee, dit stukje beledigingsproza is van ouder datum. Rond 1675 schreven de Zaporozje-kozakken een brief aan de Turkse sultan Mehmet. De sultan had de kozakken opgeroepen zich te onderwerpen. De brief is waarschijnlijk apocrief – maar te leuk om niet even aan te halen.
Een pikant detail: de betreffende kozakkenstam bewoonde delen van het huidige Oekraïne. En ook de huidige Oekraïne-crisis heeft een stortvloed aan diplomatieke beledigingen veroorzaakt. Ik noem de waanzinnig lange tafel die Poetin inzette om…
