GETTY IMAGES Je lichaam zet voedsel om in energie. Dat werkt in vier hapklare stappen.
1 Als je iets eet, verteert je lijf de energierijke stoffen die daarin zitten, zoals koolhydraten, eiwitten en vet. Die zet het om in glucose.
2 De glucose reageert in de cellen met zuurstof. De vrijgekomen energie wordt voor een deel in lichaamswarmte omgezet, en deels ook in adenosinetrifosfaat (beter bekend als de ATP)-moleculen in je cellen opgeslagen. Eén glucosemolecuul kan 36 van zulke ATP-moleculen ‘vullen’, als ware het kleine batterijtjes.
3 Vraagt je lichaam om energie, dan breekt het de ATP-molecuul af tot de nieuwe stof ADP, adenosinedifosfaat.
4 Daarbij komt energie vrij die gebruikt kan worden om te ademen, lezen, sporten, voedsel te verteren. En ook om wonden te herstellen, spieren te kweken,…
