Laatst had ik een spoedcall. Tijdens mijn vakantie nog wel. Maar als gemoederen hoog oplopen, gaat mijn ‘ik werk niet in vakanties’-regel overboord. Aan de lijn was Jochem, telg uit een bekend familiebedrijf. Hij ging harder en harder praten. Woedende kreten volgden elkaar in rap tempo op. ‘We hebben het afgesproken.’ ‘Ik heb er recht op.’ ‘Het is oneerlijk!’ Ik nipte aan een lokaal drankje, terwijl Jochem steeds verder op tilt sloeg. Het ging om enkele tienduizenden euro's, peanuts in vergelijking met het familiekapitaal. Verwend nest, dacht ik even. Meteen gevolgd door: hier kan het toch niet écht over gaan?
Ik zie het vaker. Grote vermogens, mooie auto's, boten, landhuizen, maar thuis – of binnen de familie – is het bedroevend leeg. Dan denk ik aan mijn dochter, die tot…
