DWANGBURCHT Binnenkort is het zover. Dan neemt de weduwe Wewer, geboren Van Buren, voorgoed afscheid. Dan steekt ze voor de laatste keer de binnenplaats over, schuifelt onder de stenen boogpoort door en ratelt haar rollator over de ophaalbrug, richting de oprijlaan tussen de hoge bomen. Misschien kijkt ze nog één keer om naar de slotgracht, de kantelen, de torens met windwijzers, de ramen met witte kozijnen. Achter die ramen brandde de haard, werden spelletjes gespeeld, is gelachen en gehuild. Daar stond de grote eikenhouten tafel waar iedereen dagelijks aanschoof, want ook haar kinderen en kleinkinderen woonden op het landgoed. Daar blies haar man, die zijn ziel, zaligheid en zuurverdiende centen in het opknappen en onderhouden van het kasteel had gestoken, zijn laatste adem uit. Wat keek ze vanachter die ramen…