HORIZONTAAL
1. Haatcampagne, Vallei, Zeer groot – 2. Palmsoort, Belangrijke wedstrijd, Direct nadat – 3. Lichaam, Tijdstip, Plaats in Flevoland, Algemeen Nederlands – 4. Tot en met, Oproerling, Omlaag gaan, Spil – 5. Tafelgast, Eenheid van trilling, Afwezig – 6. Zandheuvel, Tafelgaste, Geur – 7. Wandellaan, Ondeugend, Geconcentreerde straal – 8. Landbouwgerei, Schaarste, Positieve elektrode – 9. Invorderbaar, Mannelijk, Misplaatste grap – 10. Eerwaarde Heer (afk.), Rendier, Christelijk feest, Noodsignaal -11. Tegen verwachting, Vleesstokje, Haarvlecht – 12. Roem, Grote warmte, Zeurder – 13. Op zekere plaats, Sommige, Oosterse titel – 14. Hijswerktuig, Grondsoort, Uitroep, Paradijs – 15. Kampeergerei, Postterm.
VERTICAAL
1. Speelkaart, Vis – 2. Om het genoemde, Hoog bouwwerk, Lawaai – 3. Tot en met, Krijgsgewoel, Oud – 4. Zelfstandig naamwoord, Fijngestampt eten, Jong dier, Rendier – 5. Sierverpakking,…