Alleskunner Mathieu van der Poel maakt er nooit een geheim van dat hij meer van mountainbiken houdt dan van wegwielrennen en veldrijden. Wereldkampioen in het veld, de Ronde van Vlaanderen, een etappe en de gele trui in de Tour de France: het zijn allemaal jongensdromen die hij waarmaakt, maar zijn allergrootste droom is olympisch mountainbikegoud. Dat had vorig jaar al moeten uitkomen in Tokio, al jaren had hij alles afgestemd op de zomer van 2020. Alléén mountainbiken, geen Tour, want alles moest wijken voor die droom. Die droom eindigt nu, een jaar later, in een nachtmerrie. Na tien minuten in de olympische mountainbikewedstrijd gaat het op vreselijke wijze mis: te veel snelheid, de hoogte niet goed ingeschat, te ambitieus, het zal allemaal wel. Terwijl Mathieu door de lucht vliegt, ongenadig…