‘Mijn oom die kapper was, moest bij verjaardagen altijd maar weer vertellen hoe hij de lijken knipte en schoor’ In 1980 staat er in ons blad een, laten we zeggen, opmerkelijk interview met zanger Rob de Nijs. De kop boven het artikel van verslaggever Jan D. Swart is al apart: Rob de Nijs: ‘Het hele fenomeen dood is me blijven boeien.’
Swart begint vervolgens het verhaal, waarschijnlijk omdat hij weet wat er gaat komen, met een hele lange intro voor hij de eerste vraag aan De Nijs stelt. De verslaggever kabbelt eerst wat over Spanbroek, de zandwerven, de voormalige pastorie waar Rob woont, het hek, oosterse romantiek, wajangpoppen en garoeda’s, sierlijke Mariabeelden, vilten pantoffels en de spiegel op het toilet die je lid uitvergroot. En dan, eindelijk, stelt hij de…
