Halverwege de jaren tachtig, toen de kraakbeweging nog volop bloeide, kon je als huiseigenaar een knokploeg inhuren die met alle liefde krakers uit je gekraakte pand sloeg. Zo’n ploeg bestond uit sportschool-jongens, ‘bodybuilders, maar niet van die hormoonkalveren’, die het soms voor het geld deden, maar vaak ook gewoon voor de lol. Met hoeveel man ze op de stoep stonden, wilde nog weleens variëren: minimaal met zes, maar als het moest stonden er tot wel vijftig jongens klaar. 33 jaar geleden spraken we met zes van hen: Jopie, Tonie, Hagar, Jan, Gerben en Leen. Vier Amsterdammers, een Hagenees en een Rotterdammer, allemaal begin twintig.
Wat begon uit verveling (“Als we na een discotheek-bezoek nog zin hadden in een knokpartijtje, dan gingen we voor de grap weleens met krakers vechten”), groeide…
