“Nu is dan toch je tijd gekomen,” fluister ik tegen het zielige boompje Het leven is vol grote en kleine rampen. Zo bleek ons balkon verrot. “Daar hadden jullie zomaar op een mooie achternamiddag doorheen kunnen zakken met zijn allen”, zei de timmerman laconiek. “Wat zegt u? Nou, opknappen, opknappen... het komt erop neer dat er een heel nieuw balkonnetje op moet, als het ware.” De timmerman stuurde een prijsopgave die in de categorie ‘grote rampen’ viel. Anderzijds lééfden we nog, en dat was toch weer een meevaller. Tandenknarsend tekenden we de papieren, en de timmerman ging aan de slag. “Die spullen moeten hier weg, hè, anders kan ik niet werken”, zei hij, en keek met een minachtende blik naar onze schamele balkon-inboedel: een verschoten plastic bankje, een roestend tafeltje…
