DONDERDAG
Vandaag ga ik afrijden. Rond half vier werd ik wakker en kon niet meer slapen van de zenuwen. Volgens mijn rijinstructeur ben ik er helemaal klaar voor, maar mijn handen trillen tijdens het koffiezetten. “Voorspiegel, zijspiegel, over de schouder kijken”, mompel ik, terwijl ik een boterham met jam smeer. Na het ontbijt neem ik de bus naar het CBS, waar Sahil me staat op te wachten. “De Vries is je examinator, hij is een strenge.” Blijkbaar ziet hij dat de moed me in de schoenen zakt, want hij voegt er snel aan toe: “Je kunt het, Anne-Wil. Het komt goed.” De examinator blijkt een vijftiger met leesbril en aanzienlijke buik te zijn. We gaan naar buiten waar ik een nummerbord in de verte moet voorlezen. Daarna vraagt hij wat…