“Toe maar, mam.”
“Nee, doe jij maar.”
“Zeg het dan.”
“Neuh.”
“Zal ik het dan maar zeggen?”
“Ja. Ja, graag.”
Anderhalf jaar geleden stonden ze voor me. Ze hadden dezelfde prachtige ogen. De dochter had haar moeder al een tijd zachte duwtjes in mijn richting gegeven. Ik knikte bemoedigend, maar de vrouw bestudeerde verlegen de neuzen van haar schoenen.
Ik durfde bijna niet om me heen te kijken, het voelde blotig en kwetsbaar Ik was zelf ook zenuwachtig. Maandenlang had ik, samen met mijn schrijfmaatje Erris, gewerkt aan een manuscript op basis van Moeder van glas, het boek dat ik over mijn moeder schreef. Erris en ik schrijven al jaren toneelstukken, maar het was voor het eerst dat we zo’n persoonlijk verhaal in het theater zouden brengen. Míjn verhaal. Een…
