Ik ben net terug van mijn werk, Koen heeft op mijn moeder gepast. Terwijl ik mijn jas uitdoe en mijn spullen uitpak, komt hij bij me staan. “Ik heb een besluit genomen, je gaat ervan opkijken.” “Je laat je ombouwen tot vrouw”, zeg ik grappend. “Bijna goed. Nee, ik ga de zaak verkopen.” Van deze mededeling val ik inderdaad bijna van mijn stoel. “Schat, je bedrijf is je leven.” “Het wás mijn leven. Ik heb jaren met heel veel plezier die haven geleid, de verhuur gedaan, de boten opgeknapt, maar ik heb het ineens gehad.” Ik ben bang dat het een opwelling is, ingegeven door het verleden dat weer omhoog is gekomen, van zijn overleden broertje. “Verkopen is behoorlijk definitief, daarbij ben je niet echt een landdier.” “Dat was ik…