Gelukzalig snoof ik de geur van allesreiniger op die uit zijn kamer dampte Iedereen met tienerzoons weet hoe hun kamers eruitzien: als een ontplofte varkensstal na een tsunami. De kamer van mijn zoon is daar een parodie op. Het is schrijnend om te zien. Ooit was zijn kamer een toonbeeld van frisse deugdzaamheid. Een mooie, grote ruimte met zelfs een keukenblok, smetteloos witte muren en gelapte ramen. Mijn zoon sliep er nog geen maand of de muren zaten vol gaten van gemiste dartpijlen, op de ramen zaten merkwaardige tekeningetjes en het keukenblok zat onder de vlekken. “Dat gaat zo niet hoor!”, riep ik. Maar mijn zoon vond dat het zo wél ging. Elke keer als ik er binnenliep, was het wéér erger. Kippenbotten, klokhuizen, noedelsoepbakjes, kapotte gitaren, dito drumstel, bergen…
