ZATERDAG
“Als ik jou niet bel hoor ik niets van je!” Doriens stem klinkt niet aardig en ik denk dat het ook niet aardig bedoeld is. Ik kom net binnen van een uurtje in de tuin werken en net toen ik mijn handen wilde wassen, hoorde ik mijn mobiel overgaan. Ik houd m’n telefoontje een eindje van mijn oor om geen vochtige aarde in mijn haar te krijgen. “Hoor je wat ik zeg?”, informeert Dorien. “Ja, ik hoor je”, zeg ik. Eerlijk gezegd kan het me niet schelen wat ze ergens van vindt. Ik ben vol van het bericht van Manon. “Volgens mij is Han de afgelopen week twee keer bij jou geweest”, antwoord ik. “Ja, Hán!”, bijt ze me toe. “Maar van jou geen woord. Trouwens, twee keer langs…