ZATERDAG
“Waarom doe je dat niet vaker?”, vroeg Han gisteravond, terwijl hij met z’n ellebogen op de keukentafel geleund zat te kijken hoe ik met het deeg voor een appeltaart bezig was. “Ben je dan zo dol op appeltaart?”, vroeg ik. “Niet echt, maar ik vind het leuk als je met zoiets vrouwelijks bezig bent.” Ik schoot in de lach. “Vrouwelijk? De meeste koks zijn man. En er zijn meer banketbakkers volgens mij dan, eh...” “Banketbaksters”, hielp hij. “Banketbakkerinnen”, zei ik. “Maar als je het zo leuk vindt, bak ik toch gewoon wat vaker iets voor je? Ik kan ook cake.” “Wow!”, zei Han. “Om de week appeltaart en cake. We gaan gouden tijden tegemoet!” “Jij zeker”, antwoordde ik. “Er kan bij jou best nog wat bij. Bij mij is…