Het is 02.00 uur ’s nachts, en we liggen in een tent, in een bos net buiten Stockholm. De lucht is helder, de kou bijt in ons gezicht, maar we hebben het warm. We zijn namelijk in de ban van de sterrenhemel boven ons. Geen lichtvervuiling, geen wolken, alleen duizenden sterren die schitteren als diamanten. Het voelt alsof we de hemel kunnen aanraken, en we begrijpen plots waarom de Vikingen geloofden in Walhalla, hun paradijs tussen de sterren.
Hoe kun je niet in iets groters geloven als je hier ligt en naar boven staart? De Vikingen hadden een diepe band met de natuur. Voor hen was Walhalla geen abstract idee, maar een plek die je verdiende door moed en trouw. Hier, in het ruige Zweden, valt dat op zijn plek.…
