30 juli 1978
Zes jaar geleden stond ze ook hier, voor het middelste keukenraam, en braken haar vliezen. Haar buik tegen de gootsteen, haar beide handen om de hoge, koperen kraan.
Op deze plek, waar ze nu de luchtverplaatsing opmerkte van een voorbijrijdende vrachtwagen, het raam kort trillend in het kozijn, en ze opkeek en haar kind zag liggen, het kind dat zich zes jaar min één dag geleden had aangekondigd met een plens water op de roodstenen tegelvloer. Uitzicht hetzelfde, hoogzomer. Het laagstaande water in het kanaal, onmerkbaar stromend, de bloeiende knotwilgen aan de oever, daarachter, tussen de stammen door, de laaggelegen weilanden, de fruitbomen, hoog gras. Elk jaar rond deze tijd, het land zo voluptueus, herinnerde ze zich dat moment, en vroeg ze Rijk: ‘Weet je nog?’ ‘Wat…
