Mijn vader ligt naast mij op een loungebed aan de Turkse kust, we zijn met familievakantie. Ik kijk hoe híj kijkt naar Jeroen en Lukie in het zwembad, sinds gisteren hebben ze hun eigen spel waaraan verder niemand mee mag doen. De strekking is ‘in slaap vallen’, en dan duwt Jeroen de opblaaskrokodil ‘stiekem’ weg, en dan worden ze ‘wakker’ en roepen heel hard: ‘Krokie, ik mis je, kom terug!’ Zwemmen, Krokie pakken, nog een keer. Geschater over het water, glibberige armpjes klemmen om een volwassen nek.
‘Ik doe er niet meer toe,’ zegt mijn vader. Hij klinkt teleurgesteld maar meent er weinig van. Daarvoor is opa iets te blij dat Jeroen toch mee is. Dat het weer klopt, zijn dochter en haar vriend, die langzaam maar zeker een steeds…
