Het uitjesspectrum met een peuter is beperkt. Dierentuin. Speeltuin. Kaboutertuin. Supermarkt. De eerste ‘Nee, niet wéér Nijntjesmuseum’ is al voorbijgekomen, van hém; ik krijg al veel langer wegtrekkers bij het hele idee van Utrecht.
Maar altijd goed is Boerderij Zorgvrij in Spaarnwoude, waar alles is – dieren, schommels, ruiken aan plantjes en het belangrijkste: ijs – dus daar gaan we, de auto in, de rit rijd ik inmiddels met mijn ogen dicht.
Ik begin, volledig uit het niets, keihard te huilen. Onhoudbaar, ontroostbaar Afslaan bij de vogelopvang, aan de andere kant hockeyclub Haarlem, waar ik ooit werd bedreigd door een meisje dat hard ronddraaiend met haar stick op me afkwam, tegenwoordig schijnt het een prima club te zijn. Daarnaast een crematorium, hét crematorium, ik kijk dan altijd even nadrukkelijk de…
