“Ik had een leven zoals veel andere twintigers en dertigers. Ik werkte, woonde samen met mijn vriend Wouter en deed leuke dingen met vrienden: uitgaan, etentjes, festivals. Ik was ook veel bezig met mijn gezondheid: ik at goed, met veel groente. En ik sportte veel, bijna op het obsessieve af: fitness, hardlopen, groepslessen. Ik had daarnaast een heel leuke baan als brandmanager in de foodbranche. Ik was een druk, actief mens. Later, toen ik echt flink ziek was, heeft me dat dwarsgezeten. Ik heb weleens gezegd: ‘Hield ik maar van rust, was ik maar iemand die goed kon chillen, dan had ik hier nog van kunnen genieten.’ Het begon met een knobbel aan de buitenkant van mijn borst, in de buurt van mijn oksel. Een harde knikker. Ik voelde het…
