‘Hij gaat het uitmaken,’ appte ik naar mijn vrienden. ‘Ik zit op de wc in de snackbar. Het voelt als een ondergang.’ Ik zat al een tijdje op die wc, er zijn namelijk twee dingen waar mijn darmen door van streek raken, en dat is A) pittig eten en B) verdriet. Ik had het ‘t fijnst gevonden dat ik daar zat vanwege optie A, dat ik weer eens tegen beter weten in een veel te hete rode curry had besteld bij de Thai omdat ik niet goed had opgelet bij de pittigheidswaarschuwingen en per ongeluk ook nog eens de rode pepers had gegeten alsof het M&M’s waren, waarna de Brabo zou verzuchten: “Ja, týpisch jij.” Maar ik zat daar vanwege optie B, liefdesverdriet, onverbiddelijk, want in één gesprek van nog…