ARCHEOLOGIE (oudheidkunde)
Het Griekse woord archeologie is een hele snavel vol, maar betekent simpelweg ‘oude dingen onderzoeken’. Archeologen graven in de grond om dingen uit het verleden te vinden, zoals oude potten, gereedschap of zelfs hele gebouwen! Zo ontdekken ze hoe mensen vroeger woonden, wat en hoe ze aten en welke dieren er waren. Ze speuren dus naar boeiende stukjes geschiedenis, een beetje zoals oom Dagobert op schatten jaagt.
FOSSIEL (overblijfsel van plant of dier)
Het woord fossiel komt van het Latijnse fossilis en betekent ‘opgegraven’. Logisch ook, want fossielen zitten vaak diep in de grond. Fossielen zijn overblijfselen van oude dieren en planten, zoals botten, schelpen of afdrukken in steen. Zo weten we dat dino’s miljoenen jaren geleden hebben geleefd. Toen wetenschappers hun botten vonden, zijn ze daarmee gaan puzzelen…
