In mijn bescheiden bibliotheek bevindt zich een werkje getiteld La politesse et les usages du monde, vrij vertaald: ‘Welgemanierdheid en de gebruiken van de wereld’. Getuige de titelpagina kreeg een voorouder het boek in 1842, als veertienjarige gymnasiast. Deze Hollandse koopmanszoon was voorbestemd om de zaak over te nemen, maar dat nam niet weg dat onderricht in talen – zeker het Frans, toentertijd dé taal van de elite – en etiquette noodzakelijk werd geacht. Het tweede hoofdstuk, De la conduite envers les domestiques, beschrijft hoe bedienden te bejegenen. De auteur maant de lezer personeel zachtaardig en goedmoedig te behandelen, nimmer vanuit de hoogte of hardvochtig. ‘Bedank hen ook, al is het maar met een enkel woord of een knik.’ Met dienstpersoneel konden, weliswaar met gepaste afstand, nauwe banden worden onderhouden.…
